In de vorige pagina is getracht de oorzaken en de gevolgen van de Iraanse revolutie zo goed mogelijk te beschrijven in termen van oorzaak en gevolg. Dus zonder een schuldvraag te stellen. Déze pagina wil expliciet ingaan op de schuldvraag.
Deze vraag valt uiteen in meerdere delen: in de eerst plaats de vraag of de mensen in het westen die er in de jaren 1960-70 een verspillende en losbandige levensstijl op na hielden moreel schuldig waren. Het antwoord is volgens mij: “Ja!” Het geestelijk geweld van deze tijd, de wreedheid, de misleiding, de hoogmoed en de behoefte om te kwetsen waren in zichzelf moreel fout. De mensen die daaraan meededen hadden de vrije keuze om daaraan niet mee te doen.
Een tweede vraag is: in hoeverre waren deze personen, dus degenen die er een verkwistende en losbandige levensstijl op na hielden, schuldig voor het feit dat hun foute levensstijl werd overgenomen door het regime van de Sjah? Was hier sprake van bewust “aanzetten tot fout gedrag”? In dat geval waren deze personen schuldig. Het kan ook zijn dat er niet sprake was van bewust aanzetten tot fout gedrag, maar onvoldoende het buitenland, hier dus speciaal Perzië, beschermen tegen het overnemen van het eigen foute gedrag (vergelijk dit met een verslaafde drugsgebruiker die anderen kan overhalen ook drugs te gaan gebruiken, maar er ook voor kan kiezen anderen niet mee te slepen in zijn slechte gewoonte).
Een derde vraag is of de Sjah schuldig was omdat hij het foute westerse gedrag overnam. Hij had een keuze: hij had het ook niet kunnen doen. Hij was dus schuldig.
Een vierde vraag is of de islamitische revolutionairen schuldig waren doordat zij het aanvankelijk legitieme protest tegen de Sjah aanwakkerden tot een emotionele en onbeheerste reactie (in de betekenis van omkering) en aangrepen om hun eigen foute regime te vestigen. Ook zij waren schuldig.