Het kwaad van onterechte beschuldigingen

Deze pagina is nog voorlopig. Wordt elders geplaatst. 

Onze huidige cultuur gaat buitengewoon slordig en onlogisch om met schuld. Het ziet er helaas naar uit dat dat niet alleen voortkomt uit een gebrek aan interesse en intelligentie (het is een moeilijk onderwerp), maar ook hieruit dat de overheid de huidige situatie wel best vindt. Als het volk zich vaag schuldig voelt is het immers gemakkelijk manipuleerbaar.

Maar deze onduidelijkheid is allesbehalve gunstig voor de psychische gezondheid van dat volk. Psychologisch gezien moeten mensen om het goede te doen duidelijk voor ogen hebben wat goed is. Hun doelen mogen niet zwartwit zijn, niet moreel vertroebeld.  Daarom is het zeer ongunstig dat de huidige rechtspraak het zo gemakkelijk maakt om mensen te beschuldigen van discriminatie, van racisme, van islamofobie enzovoort, terwijl het in de praktijk niet mogelijk om een dergelijke beschuldigingen volledig en definitief te weerleggen. Een mens wordt daardoor altijd een beetje besmeurd. Zeer ongunstig is ook dat het daadstrafrecht is afgeschaft: momenteel kunnen mensen niet alleen worden gestraft voor foute daden, maar ook voor foute gevoelens.

Er zijn in het verleden door wijze mensen regels opgesteld die de bevolking tegen onterechte beschuldigingen kan beschermen. Allereerst is er het beginsel dat niemand schuldig is aan de wandaden van zijn ouders of voorvaderen. Een Duitser die na de Tweede Wereldoorlog is geboren is dus niet schuldig aan nazimisdaden (tenzij hij in het openbaar de nazitijd verheerlijkt). De nazi-jager Simon Wiesenthal hanteerde dat principe. Verder is er het legaliteitsbeginsel dat zegt dat een handeling pas strafbaar is nadat hij door een officieel ingestelde wet strafbaar is gesteld. Slavernij was dus vóór het afschaffen van de slavernij in de 19e eeuw niet strafbaar. En (rassen)discriminatie was vóór het IVUR-verdrag (1965) niet strafbaar. 

Mijns inziens is onze huidige cultuur zodanig vervallen dat men niet meer probeert deze regels zo goed mogelijk te handhaven, maar als het uitkomt zo goed mogelijk te omzeilen. Dat doen zowel de EU als de rechters als de volksmoraal  (vooral het concept misdaden tegen de menselijkheid biedt daartoe veel mogelijkheden). Maar psychologisch gezien zit een mens zo in elkaar dat hij om de moed te kunnen opbrengen het goede te doen de goede doelen die hij wil bereiken helder voor ogen moet stellen en dat die doelen ook niet moreel gemengd mogen zijn. 

Wanneer we deze redeneringen toepassen op de vraag in hoeverre de verspillende en bandeloze jaren 1960-70 in het westen schuldig zijn aan de puriteinse en dictatoriale reactie in Iran kan men in het algemeen zeggen: Ja, (mede)schuldig. Voor de mensen persoonlijk geldt dat als ze hebben meegedaan aan de emotionele dictatuur van de hippietijd en die tijd nu nog verheerlijken, dat ze dan eveneens schuldig zijn. Maar als ze daar niet aan hebben meegedaan zijn ze niet schuldig. Ze zijn tegenover zichzelf verplicht iedere beschuldiging in de richting van zich te werpen.