Hoe de foute levensstijl van het westen in Iran een tegengestelde foute islamitische reactie opriep

Dit bericht is in bewerking

Revoluties verlopen grillig en leiden vaak tot resultaten die de aanstichters helemaal niet hebben bedoeld. Men verlangt naar vrijheid, maar komt terecht in een dictatuur. Een merkwaardig voorbeeld daarvan is de Iraanse revolutie van 1979.

Om die te kunnen begrijpen moet men beginnen met zich te verdiepen in de revolutionaire jaren 1960 en ’70 in het westen. Deze periode wordt vaak opgehemeld en geïdealiseerd, maar het was een foute tijd die in de westerse landen op ongeveer op dezelfde wijze verliep. In de periode van naar schatting 1960-73 was de Nederlandse politiek beheerst geweest door het hippietijdperk en daarna de politieke uitwerking daarvan in de bij de Parijse studentenopstanden ontstane leuze “de verbeelding aan de macht”. Kort gezegd werd tijdperk gekenmerkt door het gelijktijdig samenkomen van een viertal stromingen. In de eerste plaats was er de naoorlogse antiautoritaire golf. Verder was er een golf van financiële verspilling, mogelijk gemaakt door de spectaculair toegenomen welvaart (en de gasbel, die in 1963 in gebruik werd genomen). Het kabinet Den Uyl (1973-77) is daar het symbool van geworden. In de derde plaats was er de door Wilhelm Reich en de Frankfurter Schule uitgevonden theorie dat het fascisme was ontstaan door onderdrukking van de seksualiteit. In de vierde plaats was er het in de handel komen van de anticonceptiepil (in Nederland in 1964, verstrekt door de NVSH). Dit alles veroorzaakte een morele chaos, die in Nederland vooral werd uitgebaat door onder andere het “linkse” weekblad Vrij Nederland, de VARA en de VPRO. Deze tijd was niet levensvatbaar en er trad een noodzakelijke reactie op van versobering, zowel financieel als moreel. In financieel opzicht begon deze met het bezuinigingsbeleid van Thatcher (1979), gevolgd door Reagan (1981) en Lubbers(1982). De Telegraaf waarschuwde voortdurend: “De bomen groeien niet tot in de hemel”. De hiermee samenhangende morele versobering begon in Nederland onder leiding van Van Agt (“ethisch reveil”), maar hij was gecompliceerder en verliep trager.

In Iran heerste een sfeer die op vele punten overeen kwam met de hippietijd in het westen.  De Sjah hield er, terwijl het volk in armoe leefde, een grootscheepse levensstijl op na en voerde een snelle en gedwongen “modernisering” door (met geheime politie SAVAK). De  islamieten ervoeren dit als een losbandige verwestersing. Dit leidde in 1978 tot een grote opstand. Die verliep in de bekende drie fasen: eerst een diffuse volksopstand (“de Sjah moet weg”), daarna chaos en een zwakke interim-regering, tenslotte de machtsovername door een goed georganiseerde, gedisciplineerde groep. In dit geval waren dat niet de communisten, maar de islamisten onder leiding van Ayatollah Khomeini.

Samenvattend kunnen we zeggen dat de verspillende, losbandige levensstijl van het westen in Iran een puriteinse islamitische reactie opriep. Na verloop van tijd ging die over in een terreur. Dit leidt tot de moeilijke morel vraag: is het westen hier mede schuldig aan?

Overgebleven:

elders in de wereldvond een overeenkomstige versoberingsreactie plaats.

De losbandige levensstijl van het westen werd verafschuwd door de islamieten.     In de eerste plaats samenkomen van een viertal De golf van antiautoritair denken viel samen met de introductie van de anticonceptiepil en dit leidde tot een verspillend en bandeloos gedrag met een cultus van “make love, not war”.  Dit tijdperk is nuchter en beschreven door John Jansen van Galen in zijn boek: “De gouden jaren van het linkse levensgevoel, het verhaal van Vrij Nederland”.

Dit tijdperk, met als moraal de utopische geschriften van de Frankfurter Schule (Adorno, …) was niet levensvatbaar, in ieder geval financieel niet. Men besefte dat “de bomen niet tot in de hemel konden groeien” en er ontstond een heftige reactie. Deze begon in 1979 met Margaret Thatcher in Engeland, in 1981 gevolgd door Reagan in Amerika en 1982 door Lubbers in Nederland. Maar cultureel gezien bleef de sfeer van “de verbeelding” aan de macht nog lang verbitterde tegenstand bieden tegen inperking.

Het was in deze tijd dat de revolutie in Iran plaats vond. De Sjah voerde een beleid van gedwongen, snelle verwestersing, verbood de communistische partij, voerde een éénpartijenstelsel in (zijn eigen partij) en voerde geheime politie (SAVAK)   in. De revolutie begon in 1977-78 met steeds heftiger protesten tegen het bewind. Miljoenen mensen gingen de straat op met de simpele eis: “de sjah moet weg”. Er waren stakingen (vooral in de olie-industrie), demonstraties, brandende bioscopen en politiebureaus. In januari 1979 vluchtte de sjah, op 11 februari 1979 viel het regime definitief.  Ayatollah Khomeini (die in 1964 door de Sjah uit Iran was verdreven) keerde terug uit ballingschap en riep de “Islamitische Republiek” uit.

Vgl. in het harnas jagen.

de islamitische revolutie in Iran plaats vond gebeurde dat niet in isolement. In vrijwel de gehele wereld heerste een antiautoritaire sfeer die gekenmerkt werd door dekolonisatie, revolutionaire ideeën en het afschaffen van oude regimes. De val van de regering van de Sjah paste in deze tijd. Hij hing ook samen met revolutionaire bewegingen elders.