Hoe fanatieker twee partijen elkaar bestrijden hoe meer ze aan elkaar gelijk worden

Massabewegingen zijn onderling verwisselbaar

In de Tweede Wereldoorlog bestreden het Russische communisme en het Duitse fascisme elkaar op leven en dood. Na de oorlog, in 1952, schreef Eric Hoffer hierover een zeer verhelderend boek met de titel: “De ware gelovige, Beschouwingen over het wezen van massabewegingen”. Hoffer bekeek hierin de oorlog voerende partijen niet vanuit het gebruikelijke politieke standpunt, maar beschouwde ze psychologisch als massabewegingen. Hij kwam hierbij tot de schokkende conclusie dat massabewegingen onderling verwisselbaar zijn. Enkele citaten:

“Alle massabewegingen wekken in in hun aanhangers een bereidheid tot sterven en een verlangen naar gemeenschappelijke actie op. Alle, ongeacht de leer welke zij verkondigen en het program dat zij opstellen , kweken fanatisme, geestdrift, vurige hoop, haat en onverdraagzaamheid.”

“Al deze bewegingen , hoe verschillend ook in in leer en streven, recruteren hun eerste aanhangers onder dezelfde mensentypen; alle trekken ze mensen van delfde geestesgesteldheid aan. “

“Hoe verschillend de heilige zaken, waarvoor de mensen sterven ook zijn, toch sterven zij allen in de grond misschien voor hetzelfde.”

Beide partijen gaan politiek-formeel steeds meer van elkaar verschillen, maar worden qua mentaliteit steeds meer aan elkaar gelijk 

Het is intuïtief een onwennige gedachte dat het communisme en het fascisme, die elkaar zo heftig bestreden, zoveel op elkaar leken dat men ze als onderling verwisselbaar kan beschouwen.  Als men dit nader onderzoekt blijkt dat men aan de opvattingen van massabewegingen een formeel (politiek) aspect moet onderscheiden en een mentaal (psychologisch) aspect.  Om een simpel voorbeeld te noemen: Tijdens de Eerste Wereldoorlog zei de ene partij: “Elzas-Lotharingen is van Frankrijk” en de andere partij: “‘Elzas-Lotharingen is van Duitsland”. Formeel gezien stonden beide opvattingen diametraal tegenover elkaar, maar psychologisch gezien betekenden ze hetzelfde: ‘Elzas-Lotharingen is van ons’. Beide partijen zeiden ook: “De andere partij is begonnen”.

Het belangrijkste punt van overeenkomst wordt: beide partijen begaan zelf de misdaden waarvan de de andere beschuldigen 

Tijdens de strijd treedt bij beide partijen treedt verharding op, verruwing van waarden en normen, verenging van het denken (tunnelvisie) en onwil en onvermogen zich in te denken in de positie van de tegenstander. Beide partijen menen ook dat de andere is begonnen. Maar het wellicht belangrijkste punt waarin ze mentaal aan elkaar gelijk worden is dat ze elkaar gaan beschuldigen van de misdaden die ze zelf ook bedrijven. Hiermee komen ze in een vicieuze cirkel waar ze moeilijk nog uit kunnen komen.