De keten van vijf grote Europese oorlogen

Lodewijk XIV

7.3, blok-editor
(1) Het absolutistische regime van de Franse koning Lodewijk XIV. Dat duurde van 1643 tot 1715. Dit regime kwam niet uit de lucht vallen, het was de politieke manifestatie van het in de tweede helft van de 16e eeuw steeds sterker wordende streven een einde te maken aan het onzekere levensgevoel en het gebrek aan orde van de late renaissanceperiode (dit streven is bijvoorbeeld terug te vinden in het concilie van Trente dat duurde van 1545 tot 1563 en later in Descartes’ zoeken naar “regels” en de oprichting van de Académie Francaise met zijn streven naar formalisering). Lodewijk XIV voerde hevige oorlogen met Engeland en Nederland, dat toen onder leiding stond van stadhouder Willem III, die in 1688 ook koning van Engeland werd.

(2) De Franse revolutie en de paradoxale verbreiding van de ideeën daarvan door Napoleon. De belangrijkste tegenstand tegen het absolutistische regime van Lodewijk XIV ontstond pas na zijn dood in zijn eigen land, namelijk door verlichtingsdenkbeelden van de opkomende burgerij (Montesquieu, Voltaire, de Encyclopédie, enzovoort). Dit liep uit op de gewelddadige Franse revolutie van 1789 en in het verlengde daarvan de Napoleontische oorlogen van 1792 tot 1815.

(3) De Frans-Duitse oorlog van 1870-71. Duitsers hielden zeer bittere herinneringen over aan de Napoleontische oorlogen en de vernederende bezetting van hun land en ze verlangden “voor altijd een einde te maken aan de Franse agressie”. De Frans-Duitse oorlog was op zichzelf geen grote oorlog, maar hij gaf op zijn beurt wel een enorme knauw aan de Franse nationale trots. Vooral de snelle en moeiteloze bezetting van Parijs door de legers van Bismarck werd als krenkend ervaren.

(4) De Eerste Wereldoorlog. Deze was voor een groot deel een Franse revanche voor de smadelijke nederlaag van de Frans-Duitse oorlog (1). Het verloop van de oorlog is overbekend. Na de Duitse capitulatie, bij het verdrag van Versailles in 1919, wilde men “voor altijd een einde maken aan de Duitse agressie”. Dit verdrag liet de Duitsers achter met twee in principe verschillende gevoelens: in de eerste plaats een gevoel van te zijner tijd revanche te moeten nemen voor de verloren oorlog en in de tweede plaats een verlangen naar vergelding voor het als onrechtvaardig ervaren verdrag van Versailles. Beide gevoelens/motivaties versterkten elkaar en bevorderden de opkomst van Hitler en zijn ideologie.

(5) De Tweede Wereldoorlog. Dit was een revanche voor (en tevens een voortzetting van) de Eerste Wereldoorlog.

(1) Zie bijvoorbeeld: A. Doedens en L. Mulder (2016): Frans-Duitse oorlog 1870-1871, de moeder van de Grote Oorlog.