Begrippenlijst

Als je probeert een samenhangende theorie over de problemen van oorlog, vrede en pacifisme te ontwikkelen merk je dat bepaalde begrippen daarbij telkens terugkeren. Op de een of andere manier spelen ze een centrale rol. Hieronder wordt een aantal van deze begrippen besproken. Sommige hiervan zijn overgenomen uit het bestaande politieke en sociaal-psychologische denken, andere worden hier nieuw geïntroduceerd.

De beperking van het tribunaal in Neurenberg  Bij het oorlogstribunaal in Neurenberg werd van te voren bepaald dat het verdrag van Versailles buiten beschouwing zou worden gelaten. Hierdoor werd een objectieve rechtsgang onmogelijk, want hierbij zou men de tweede wereldoorlog in zijn historische context hebben moeten bezien, dus als de meest recente oorlog in een lange keten van Europese wederzijdse vergeldingsoorlogen. Als men dat had gedaan zou men vrijwel zeker een collectieve schuld van zowel Duitsland als de geallieerde landen hebben moeten vaststellen (hoewel niet noodzakelijk gelijkmatig over de verschillende partijen verdeeld).
xxxDe beslissing om het verdrag van Versailles buiten beschouwing te laten werd niet genomen op juridische gronden, maar op grond van de macht van de overwinnaar, die hiermee zelf buiten schot bleef. Het heeft niet veel nut hierover nog lang na te kaarten, want een objectieve rechtsgang was op dat moment gezien de historische omstandigheden niet mogelijk. Wel is het problematisch dat bij latere oorlogstribunalen het prestigieuze, maar gebrekkige proces van Neurenberg vaak als voorbeeld lijkt te hebben gediend.

Duale motivatie Veel motivaties zijn gericht op het bereiken van een effect in de buitenwereld dat onlosmakelijk is verbonden met een ander effect. Wanneer een dergelijke motivatie is gericht op het bereiken van beide effecten tegelijk wordt hij als het ware in twee delen (componenten) gesplitst en kan men spreken van een “duale motivatie” (term van mij). Ter toelichting enkele voorbeelden:
1. Stel een arts geeft een urgentieverklaring aan een patiënt.  Deze verklaring heeft tot gevolg dat de patiënt hoger komt te staan op een wachtlijst, maar tevens dat andere gegadigden langer moeten wachten. Naar men mag aannemen is het echter de uitsluitende bedoeling van de arts zijn patiënt te helpen en beschouwt hij het feit dat anderen daardoor worden achtergesteld als niet meer dan een ongewenst, maar onvermijdbaar bijeffect. De handeling van het uiteiken van de urgentieverklaring heeft hier dus twee effecten, maar de motivatie van de arts is gericht op het bereiken van maar één van beide.
2. Stel dat iemand veel werk verzet voor het behoud van het milieu. Dat is goed voor het milieu, maar ook goed voor zijn carrière en aangezien hij beide belangrijk vindt is hier sprake van duale motivatie. Het valt hier moeilijk uit te maken welke van beide componenten daarvan voor hem het zwaarst weegt, maar omdat ze redelijk met elkaar harmoniëren vormt dit geen groot moreel probleem.
3. Stel bij een verkiezingsstrijd zijn er twee kandidaten A en B. Wanneer nu een kiezer kandidaat A ophemelt is het mogelijk dat hij A werkelijk goed vindt, maar het is evengoed mogelijk dat hij B wil vernederen.  Ook hier is de werkelijke motivatie moeilijk te achterhalen, maar hier kan dat wèl een groot moreel probleem vormen want de twee componenten van zijn motivatie harmoniëren niet met elkaar. Er is een mooie component die goed wil voor een medemens en er is een lelijke component die kwaad wil voor een medemens. Bij een dergelijke motivatie zal de betreffende persoon vaak de mooie component daarvan in de openbaarheid brengen en de lelijke ongeformuleerd laten. Vaak zal hij zich van het bestaan van de lelijke component zelfs niet bewust zijn.
xxxEen dergelijke situatie doet zich vooral voor als iemands motivatie betrekking heeft op twee polair tegenover elkaar staande effecten, in dat geval zal het willen verhinderen van het ene  effect zich vaak uiten als een streven naar het alternatieve effect. Zo kan haat tegenover de rijken zich vermommen als liefde voor de armen, afkeer van een bepaalde persoon als sympathie voor zijn vijand en het streven naar destructie van het oude en bestaande als creatieve drang tot het scheppen van iets nieuws. (zie…)

Europese oorlogsketen  Hiermee is bedoeld de keten van grote Europese oorlogen die uit elkaar zijn voortgekomen.  Als men begint bij Lodewijk XIV krijgt men: het absolutistische regime van Lodewijk XIV (1643-1715) → de Franse revolutie en de Napoleontische oorlogen (1789, 1792-1815) → de Frans-Pruisische oorlog (1880-81) → de eerste wereldoorlog (1914-18) → de tweede wereldoorlog (1939-45).

Geëscaleerde oorlog  Een dergelijke oorlog begint met een onbeduidende gebeurtenis die een vergeldingsreactie oproept. Deze roept vervolgens weer een tegenreactie op en zo ontstaat een keten van wederzijdse vergeldingsreacties. Een dergelijke keten heeft de neiging in heftigheid toe te nemen en vaak is na verloop van tijd de oorspronkelijke gebeurtenis vergeten en let ieder van beide partijen alleen nog op de laatste handeling van de tegenpartij. In dit stadium menen beide partijen dat de tegenpartij is begonnen en dat de eigen reactie niet meer is dan een gerechtvaardigde reactie op ondervonden agressie. Beide partijen zien de andere partij als de schuldige.

Vergelding en revanche Het is van belang goed onderscheid te maken tussen vergelding en revanche. Vergelding is zoiets als een ander bewust leed toebrengen als reactie op door hem of haar aangedaan onrecht. Het ligt in de sfeer van de moraal en het strafrecht. De term “revanche” wordt eveneens gebruikt in de betekenis van vergelding, maar heeft daarnaast ook een andere betekenis die thuishoort in de wereld van de rivaliteit en de sport. Wanneer sporters een wedstrijd verloren hebben verlangen zij gewoonlijk naar een herkansing, een nieuwe mogelijkheid om de krachten te meten. Hierbij is in principe geen sprake van vergelding voor aangedaan onrecht. Zo werd de eerste wereldoorlog mede veroorzaakt door de Franse behoefte aan revanche voor de verloren Frans-Pruisische oorlog van 1870-71.

Collectieve schuld Dit begrip wordt vaak inconsistent gebruikt. Hier zal alleen over collectieve schuld worden gesproken als die kan worden teruggevoerd op een collectieve daad, hetzij van personen, hetzij van landen.  Een ongelukkige uitdrukking als “de collectieve schuld van Duitsland” zal dus worden vermeden, in plaats daarvan zal worden gesproken van “de collectieve schuld van veel/weinig/miljoenen Duitsers” (personen) en van “de collectieve schuld van Duitsland en zijn bondgenoten” (landen).

Gepolariseerde beelden van de werkelijkheid Ieder mens heeft een eigen beeld van de werkelijkheid. Zo heeft een econoom een ander beeld van de werkelijkheid dan een fysicus. Vaak kunnen dergelijke beelden elkaar aanvullen. Maar bij strijdende partijen treedt er polarisatie op tussen de beelden die zij hebben van de werkelijkheid. Ze worden tegengesteld van karakter en gaan elkaar uitsluiten. Als de ene partij gelijk heeft, dan heeft de andere partij ongelijk.     ♦•∗οΟ

Leave a Reply

Your email address will not be published.