Probleem 2: islamisering door immigratie

Hoe moeten wij oordelen over de huidige invloed van de islam in Europa? Zal Europa op den duur islamiseren? Voor degenen die dit uitgesloten achten is het leerzaam eens te kijken naar de geschiedenis van het huidige Turkije. Lang geleden was dit onderdeel van het christelijke Byzantijnse Rijk. De kerstening van dit rijk was vooral te danken aan de drie zendingsreizen van Paulus, de “apostel der heidenen”. Bij zijn eerste reis vertrok hij vanuit Antiochië (gelegen in de Romeinse provincie Syrië) over zee via Cyprus naar de havenstad Perga in het zuiden van het huidige Turkije. Vandaar trok hij landinwaarts en kwam tenslotte terecht in een aantal steden die waren gelegen in de Romeinse provincie Galatië. Bij zijn veel langere tweede en derde reis trok hij diagonaalsgewijs door het huidige Turkije, stak de Bosporus over naar Macedonië en ging vervolgens naar de Griekse steden Athene en Korinthe.
            Met deze expedities verbreidde Paulus het christendom in het huidige Turkije en in Griekenland. Maar het valt moeilijk te bepalen welke toekomst hij eigenlijk vóór zich zag. Bekend is dat de eerste christelijke gemeenten spoedig de wederkomst van Christus verwachtten en daarom weinig waarde hechtten aan het aardse bestaan. Maar toen deze wederkomst op zich liet wachten begonnen zij zich meer te richten op wereldlijke zaken, zoals de kost verdienen, het onderwijs en het opbouwen van een christelijke cultuur. In 313 maakte keizer Constantijn de Grote een eind aan de christenvervolging en in 330 stichtte hij in de Griekse kolonie Byzantium een nieuwe rijkshoofdstad met de naam “Nova Roma”. Na verloop van tijd veranderde deze naam echter in Constantinopel. In 380 proclameerde keizer Theodosius de staatskerk. Vanaf die tijd twijfelde het christendom tussen wereldbeheersing en wereldmijding.
            Men kan Jezus’ uitspraak “Mijn koninkrijk is niet van deze wereld” erg geestelijk uitleggen, maar men mag niet vergeten dat hij aansloot bij de joodse cultuur. In het Oude Testament waren de Tien Geboden gericht op het aardse leven. Ook het latere christendom was niet zozeer vergeestelijkt dat het geen waarde hechtte aan een goede inrichting van de aardse samenleving. Dit bleek met name toen in de vijfde eeuw het wereldlijke Romeinse bestuur wegviel en dit op veel levensgebieden werd overgenomen door de kerken. Dit was een praktisch, christelijk bestuur en hieruit ontstond later de West-Europese cultuur die, ondanks alle gebreken, een van de meest bloeiende culturen zou worden uit de wereldgeschiedenis.  
            Zoals gezegd weten we niet wat Paulus met zijn zending precies voor ogen heeft gestaan. Maar laten we eens kijken naar wat er gebeurd is met het door hem en zijn opvolgers gekerstende gebied in het huidige Turkije. Vanaf de 6e eeuw trokken Turkse stammen vanuit Centraal-Azië naar het westen en veroverden Perzië. Hierna versloegen zij (de Seltsjoeken) in 1071 de Byzantijnse keizer bij Manzikert (een stad gelegen bij het Van-meer, in het uiterste oosten van het huidige Turkije) waardoor het gehele tegenwoordig Turkse gebied voor hen open kwam te liggen. In de volgende eeuwen islamiseerden zij dit gebied en in 1453 viel tenslotte Constantinopel, hetgeen het einde betekende van het christelijke Byzantijnse Rijk.
            Moeten of mogen wij dit betreuren? Hoe zou Paulus hierover hebben geoordeeld? Zendelingen zijn geen cultuurrelativisten. Zij willen mensen en landen bekeren mede in de verwachting dat daarmee een betere samenleving wordt opgebouwd. Leerzaam in dit verband is Paulus’ brief aan de Galatiërs die, na aanvankelijk bekeerd te zijn, weer dreigden terug te vallen in een ritualistische religie. Vooral het oude probleem van de besnijdenis speelde hierbij weer een rol: “Wat zijn dat voor lieden die u dwingen u te laten besnijden? [..] Zelf leven ze de wet niet na, maar ze willen wel dat u zich laat besnijden. Dan kunnen ze zich beroemen op de uiterlijke ceremonie die u hebt ondergaan”. Waar Paulus zich vooral tegen verzette was dat van de besnijdenis een principieel religieus punt werd gemaakt: “Het doet er niet toe of men besneden is of niet. Het gaat er om of men een nieuwe schepping is!” (Galaten 6:12-15).
            Paulus’ brief aan de Galatiërs staat bekend als de scherpste brief die hij aan een van de door hem gestichte gemeenten heeft geschreven. Terwijl hij anders de gematigdheid zelve was, begon hij deze brief met een woedende uitval: “Het verbaast me dat u zich zo snel hebt afgewend [..] en dat u zich tot een ander evangelie hebt gekeerd. [..] Wanneer iemand u iets verkondigt dat in strijd is met wat u hebt ontvangen – vervloekt is hij!” Mede op grond van deze heftige reactie lijkt het ondenkbaar dat Paulus en zijn opvolgers onverschillig zouden hebben gestaan tegenover de latere islamisering en de val van het Byzantijnse Rijk. Ze zouden de overwinning van de islam hebben ervaren als het tenietdoen van hun inspanningen.
            Op het ogenblik wordt de Europese cultuur bedreigd door massale islamitische immigratie. Veel christenen weten niet of zij zich hiertegen mogen verzetten. Immigratie lijkt geweldloos, dus daar kunnen zij geen argumenten aan ontlenen (in feite is immigratie natuurlijk helemaal niet geweldloos!). Is een immigrant vergelijkbaar met “de vreemdeling” in de Bijbel? Houdt het principe van de scheiding van kerk en staat niet in dat de staat zich hier “neutraal” moet opstellen? De christenen zijn ten prooi aan grote verwarring en cultiveren allerlei schuldgevoelens die hen machteloos maken.
            Volgens mij zou Paulus hier heel anders hebben gereageerd! Hij zou de geestelijke strijd zijn aangegaan.
                                                                                                          Geplaatst op 12 oktober 2018